Cupping

Binnen de Oosterse geneeskunde is cupping een veelvuldig gebruikte zuigtechniek, die ontwikkeld werd om toxines (gifstoffen) en spierkrampen vanuit diepere lichaamsweefsels naar het huidoppervlak te trekken. Zo worden cups gebruikt om de energiebanen (meridianen) en de acupressuur punten van het lichaam te behandelen waardoor pijnen worden verzacht en allerlei ziektes worden bestreden. 
Cupping heeft een enorme dieptewerking en is vooral effectief in de bestrijding van pijn. 
Cupping is een vorm van acupunctuur die gericht is op de beweging van de energie, het bloed, en de lichaamsvloeistoffen.

De vastgezogen cups op de huid vervoeren energie en bloed naar een plaats waar de verstorende energie het lichaam kan verlaten via de poriën. Het lichaam wordt eerst in gemasseerd met massageolie, waarna er cups aangebracht worden op strategische plaatsen. Onder de cups treedt er een zeer sterke doorbloeding op. De cups worden over het lichaam bewogen, wat een zeer diepgaand en krachtige uitwerking geeft. 

Lichaamscellen gebruiken zuurstof en geven koolstofdioxide af. Wanneer lichaamsenergie geblokkeerd raakt, functioneert een cel minder goed en hopen de gifstoffen zich op. Als we pijn ervaren impliceert dit een blokkade in de energiestroom van het betreffende deel van het lichaam. Toxines –in spieren en gewrichten– worden niet altijd even makkelijk door het lichaam afgebroken, wat voor verdere blokkades en ongemakken kan zorgen. Door gebruik te maken van cupping-technieken kunnen de gifstoffen aan het huidoppervlak worden gebracht zodat het voor het lichaam veel eenvoudiger wordt om deze te verwijderen.

Spieren en huid raken goed doorbloed en worden daarbij gevoed en ontdaan van afvalstoffen. Tegelijk wordt de emotie die bij de drukpunten hoort ook ‘losgetrild’, met als gevolg algehele ontspanning.